Auteur(s)ing. K. Olthoff ing. L.A. van der Kooij mw. C.J. Louwerensdr.ir. G. van Meurs
Uitvoerende organisatie(s) (Consortium)Centraal Beheer (ing. T.P.R. Regenboog)GeoDelft (dr.ir. G. van Meurs)Stichting Bodemsanering NS (drs. C.J. van de Meene)HAK Milieutechniek (C.A.A. Boon)Aon Nederland (mw. C.J. Louwerens)DHV Milieu en Infrastructuur BV (ing. K.J. Olthoff)
Het doel van de definitiestudie is vast te stellen welke risico’s een rol spelen bij het uitvoeren van in situ saneringen en of deze risico’s verzekerbaar zijn. Daarnaast is de marktbehoefte van verzekeringen onderzocht, alsmede het aanbod van in situ verzekeringen in beeld gebracht. Dit is uitgevoerd aan de hand van interviews met diverse belanghebbende groepen van organisaties, opdrachtgevers en locatie-eigenaren, adviesbureaus en kennisinstituten, aannemers en verzekeraars. Geconcludeerd kan worden dat bodemsaneringen gefaseerd worden uitgevoerd, waarbij iedere fase andere actoren met hun eigen verantwoordelijkheden kent. Het gevolg is dat het in beeld brengen van de risico’s en de verantwoordelijkheden erg moeilijk is. Dit is een randvoorwaarde voor de verzekerbaarheid van in situ saneringen. Om de verzekerbaarheid van in situ te bevorderen, zijn een aantal oplossingsrichtingen geformuleerd. De marktbehoefte voor in situ verzekeringen is in principe aanwezig, doch vraag en aanbod zijn nog niet op elkaar afgestemd. De beschikbare verzekeringen zouden in proefprojecten moeten worden toegepast, opdat door het opdoen van ervaring vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten in de toekomst.