Indien er sprake is van een restverontreiniging is het niet uitgesloten dat de eigenaar of gebruiker van een gesaneerde locatie op grond van het privaatrecht geconfronteerd wordt met de gevolgen van aansprakelijkheid, ondanks de toestemming van de overheid voor deze saneringsaanpak. Degene die de bodem saneert moet zich bewust zijn van de privaatrechtelijke aansprakelijkheidsrisico’s die dat met zich kan meebrengen.
Aangezien een complete vrijwaring van aansprakelijkheid voor (rest)verontreiniging niet bestaat, moet er naar gestreefd worden de mogelijke aansprakelijkheid zoveel mogelijk te beperken. Dit kan door optimale zorgvuldigheid te betrachten in de communicatie en registratie naar derden. Zorgvuldigheid moet niet alleen in ogenschouw worden genomen door de initiatiefnemer die voornemens is de bodem te saneren, maar ook door degene die activiteiten in de directe omgeving van de verontreiniging uitvoert. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid zou de eigenaar van een verontreiniging het initiatief moeten nemen om andere perceelseigenaren in te lichten over terreingrensoverschrijdende grondwaterverontreinigingen. Daarnaast zou het Bevoegd Gezag in de communicatie ook een waardevolle rol kunnen spelen, zoals de provincie Utrecht dat al in haar beleid heeft vastgelegd.
Hulpmiddelen
Om zorgvuldigheid te betrachten kan er vanuit de initiatiefnemer gebruik worden gemaakt van verschillende hulpmiddelen, te weten:
· Informeren van derden door kadastrale registratie van de verontreiniging
· Kennisgeving en brondocumenten registratie door het Bevoegd Gezag
· Overige communicatiemiddelen:
- Correspondentie naar eigenaren van aangetaste percelen
- Publicatie in regionale krant
- Informatieve bijeenkomst
Derden die activiteiten willen uitvoeren die van invloed kunnen zijn op grond en grondwater kunnen de volgende bronnen raadplegen:
· Kadaster
· Kennisgevingen en het brondocumenten register van het Bevoegd Gezag
Informeren van derden door kadastrale registratie
De beschikking op het geval van ernstige bodemverontreiniging en de saneringsurgentie wordt thans op grond van art. 55 van de Wet bodembescherming (Wbb) kadastraal geregistreerd. Het is de taak van het bevoegde gezag om de gegevens door te geven aan het kadaster. Het kadaster verzorgt op haar beurt de registratie. In onderstaand intermezzo is het beleid van de provincie Utrecht hoe wordt omgegaan met kadastrale registratie van het geval van ernstige verontreinigingen toegelicht.
Kadastrale registratie in de provincie Utrecht
• Percelen of perceelsgedeelten die zijn gelegen binnen de interventiewaarde contour van het geval van ernstige grondwaterverontreiniging worden in de kadastrale registers voorzien van een WB of WBD code. De WB-code wordt verstrekt als de verontreiniging het gehele perceel betreft en de WBD-code wordt verstrekt als het een deel van het perceel betreft.
• Percelen of perceelsgedeelten die zich bevinden binnen de streefwaarde of -tussenwaarde contour van het geval van ernstige grondwaterverontreiniging worden niet geregistreerd, tenzij sprake is van gebruiksbeperkingen op die percelen vanwege die grondwaterverontreiniging.
• Voorts worden ook percelen, gelegen binnen de streef - of tussenwaarde contour geregistreerd, voor zover op die percelen in het kader van de monitoring diepe en kostbare peilbuizen zullen worden geplaatst of zich al bevinden.
• Met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wbb worden straks ook de beschikkingen op het saneringsplan, het evaluatierapport en het nazorgplan kadastraal geregistreerd.
Kadastrale gegevens zijn openbaar en kunnen tegen geringe kosten worden aangevraagd. Derden dienen actief het kadaster te benaderen om deze informatie te verkrijgen voordat zij hun activiteiten gaan verrichten. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid dient de initiatiefnemer te controleren of de registratie ook daadwerkelijk door het Bevoegd Gezag en het kadaster is uitgevoerd.

Kanttekening 1
Een overweging is of kadaster een geschikte plek is voor de registratie van gegevens over pluimen die zich uitstrekken over een groot gebied in het diepe grondwater. Door vermelding in het kadaster is er een kans dat percelen waaronder de verontreiniging zich bevindt (verspreidingsgebied) in waarde verminderen. Het is de vraag of dit waardedrukkende effect gerechtvaardigd is gelet op de diepte in de bodem waar een pluim soms voorkomt.
Kanttekening 2:
Bij verontreinigingen die zich in de toekomst verder zullen verspreiden en andere percelen kunnen gaan aantasten, schiet enkel de kadastrale registratie van de situatie op het moment van een beschikking op ernst en urgentie tekort. Er zou ook rekening moeten worden gehouden met de ontwikkeling van de pluim. Dit zou kunnen door een kadastrale registratie op basis van de situatie ten tijde van de verschillende ijkmomenten waarop een beschikking wordt afgegeven. Bij de beschikking op het evaluatierapport en de beschikking op het (na)zorgplan zou de registratie tevens gebaseerd moeten worden op de verwachte pluimontwikkeling. Indien gewenst zouden perceelseigenaren middels een monitoring moeten kunnen aantonen dat hun perceel niet aangetast is op een zeker moment, waardoor de kadastrale aantekening kan vervallen.
Kennisgeving en brondocumenten register van het Bevoegd Gezag
Bij gemeentelijke en provinciale Bevoegde Gezagen worden onderzoeksrapporten die ten grondslag liggen aan de besluiten over bodemverontreiniging opgeslagen in het brondocumentenregister. Het brondocumentenregister is een openbaar register, waardoor de geregistreerde informatie over bodemverontreinigingen toegankelijk zijn. De registratie van deze documenten is de verantwoordelijkheid van het Bevoegd Gezag.
Zorgvuldigheid gebiedt de eigenaar van de verontreiniging erop toe te zien dat de geregistreerde informatie op een goede manier wordt opgeslagen in het brondocumentenregister. Derden dienen actief het Bevoegd Gezag te benaderen voor informatie uit het brondocumentenregister.
Voordat er een beschikking betreffende een bodemverontreiniging wordt afgegeven dient de eigenaar van de beschikking na te gaan in hoeverre de omgeving wordt blootgesteld aan de verontreiniging (actueel en potentieel). Ten behoeve van de beschikking op het saneringsplan wordt ook de beïnvloeding van de omgeving als gevolg van de sanerende activiteiten beschreven. De eigenaar en/of het Bevoegd Gezag zou een actieve rol kunnen spelen om de relevante partijen die te kampen hebben of krijgen met het geval van ernstige bodemverontreiniging te informeren. De procedure die hiervoor in de provincie Utrecht wordt gehanteerd is hieronder beschreven. Nadat de beschikking definitief is uitgegeven is deze openbaar en in te zien in het brondocumentenregister.
Voorbeeld: Kennisgevingprocedure provincie Utrecht
Het beleid van de provincie Utrecht is om elke perceelseigenaar, van wie het perceel een kadastrale WBB - of WBD code krijgt en waar sprake is van gebruiksbeperking, een afschrift van zowel de ontwerpbeschikking als van de definitieve beschikking te zenden. Echter, indien het om een appartementencomplex gaat, wordt het afschrift uitsluitend naar de vereniging van eigenaren gestuurd. Slechts in een enkele situatie is in het verleden afgezien van het toesturen van de ontwerpbeschikking, alleen indien het aantal perceeleigenaren erg omvangrijk is. In die uitzonderlijke situaties is van zowel de ontwerp - als de definitieve beschikking een publicatie gedaan in een plaatselijke krant.
Daarnaast worden ontwerpbeschikkingen doorgaans ter inzage gelegd en wordt daarvan een openbare kennisgeving in een plaatselijke krant geplaatst. Dat een "definitieve" beschikking is aangenomen, wordt in de meeste gevallen niet gepubliceerd in de krant.
De activiteiten van derden die van invloed zijn op grond en grondwater zijn doorgaans vergunnings- of meldingsplichtig (Wet Milieubeheer, Woningwet, Grondwaterwet). Het ligt voor de hand dat de bevoegde instantie die de melding ontvangt of de vergunning verleent de initiatiefnemer wijst op de mogelijke beïnvloeding van verontreinigingen en zou daarom eisen kunnen stellen om dit te voorkomen. Dit vergt een organisatorische inspanning bij het Bevoegd Gezag om informatiestromen op elkaar af te stemmen. Daarnaast zou de initiatiefnemer vooruitlopend derden (waaronder eigenaren van verontreiniging) kunnen informeren.
In onderstaande tabel zijn de taken van de eigenaar van de verontreiniging, de initiatiefnemer en het Bevoegd Gezag met betrekking tot de gemeentelijke of provinciale informatie, vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid, samengevat.

Terug naar Rolverdeling, communicatie en waarborging volgens ROSA
Colofon ROSA