Rosa en kosteneffectief saneren van mobiele verontreinigingen
Het
praktijkdocument ROSA bundelt de uitkomsten van de projecten ROSAI en ROSAII. Het biedt praktische hulpmiddelen voor het kiezen van een saneringsvariant en voor het oplossen van knelpunten tijdens dit keuzeproces (ROSAI) en vervolgens het vastleggen én uitvoeren van de overeengekomen keuze (ROSAII). Het acroniem ROSA staat dan ook voor RObuust Saneringsvarianten Afwegen of Afspreken.
De behoefte aan een uitwerking van het keuzeproces ontstond al in 1997, toen het kabinet haar standpunt over de vernieuwing van het bodemsaneringsbeleid bekendmaakte. ‘Kosteneffectief saneren van mobiele verontreinigingen in de ondergrond’ was vanaf dat moment het credo van bodemsanerend Nederland, dat door het succes van NOBIS overtuigd was geraakt van de potenties van biologische afbraak en extensieve saneringstechnieken. Het in juli 2001 verschenen rapport ‘Doorstart A5’ beschreef al op hoofdlijnen het keuzeproces dat voorafgaat aan de sanering van mobiele verontreinigingen in de ondergrond (zie figuur 1.1). Tijdens en na het project ‘Doorstart A5’ werd geconstateerd dat er behoefte bestaat aan concrete voorbeelden en instructies. De saneringspraktijk vroeg om aandacht voor een onderbelichte eigenschap van extensief saneren. Onderweg kan iets mis gaan en de uiteindelijke saneringsduur is vooraf minder zeker dan bij de intensieve aanpak van ‘ontgraven, afvoeren en reinigen’.

In opdracht van VROM en met steun van SKB is daarom door TNO en TAUW het project ‘ROSA’ uitgevoerd, met als resultaat het voorliggende praktijkdocument. Gebaseerd op ervaringen in de praktijk, biedt dit document:
-
-
-
een handvat voor het begrip kosteneffectiviteit, door een opsplitsing in
lasten en baten;
-
een vaste set
afwegingsaspecten, waarmee geleidelijk een maat kan ontstaan over wat de ondergrondse ruimte “waard” is en uitwerkingen voor het wegen van faalrisico’s en het herstel van gebruiksmogelijkheden ondergrond.
-
-
Doel en doelgroep
Het Praktijkdocument geeft een verdergaande structurering van het afwegingsproces en concrete handreikingen voor het maken van afspraken over de uitvoering van de voorkeursvariant. Dit document wil daarmee primair het bevoegde gezag en adviseurs ondersteunen met het toepassen van het nieuwe bodemsaneringsbeleid voor de aanpak van mobiele verontreinigingen in de ondergrond. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan een rendabele en betrouwbare uitvoering van bodemsanering in Nederland. Door heldere voorbeelden wordt getracht om gebruiksvriendelijke handvatten aan te reiken voor de praktijk. Voor een goed begrip van het Praktijkdocument is enige ervaring met de uitvoering van bodemonderzoek en bodemsanering nodig. Het document heeft tevens tot doel het overleg en de communicatie tussen initiatiefnemer, zijn adviseur en het bevoegde gezag te verbeteren. Daartoe zijn personen uit de geledingen van VROM, Bodem+, provincies, gemeenten, VEWIN, ONRI en het bedrijfsleven betrokken bij de totstandkoming van het Praktijkdocument.
Gedachtegoed ROSA
Het project ‘ROSA’ is gestart met een inventarisatie van knelpunten in praktijkprojecten met mobiele verontreinigingen. Samen met de projectleiders en een panel van deskundigen zijn in twee deelprojecten (ROSA I en II) oplossingsrichtingen gegenereerd [zie ook lit. 1]. Een aantal punten vroeg om een scherpere of andere definitie dan tot nu toe gebruikt. In de onderstaande punten worden de belangrijkste basisgedachten van ROSA toegelicht.
Voor informatie over de invloed van de WBB op ROSA zie De invloed van de Wet bodembescherming op ROSA
Zorg en nazorg, wat is het verschil?
In de dagelijkse praktijk worden de termen zorg en nazorg vaak door elkaar gebruikt. Zorg is een overkoepeld begrip, en valt uiteen in actieve zorg tijdens de sanering, nazorg en registratie. Het onderscheid tussen deze begrippen wordt gemaakt aan de hand van het bereiken van de saneringsdoelstelling en de stabiele eindsituatie. In ROSA worden de termen als volgt gebruikt:
· Er wordt gesproken van actieve zorg indien de saneringsdoelstelling nog niet is bereikt. Dit betreft actieve maatregelen die er op gericht zijn om de saneringsdoelstelling te bereiken, of monitoring om vast te stellen dat de stabiele eindsituatie zal worden bereikt.
· Er wordt gesproken van registratie als de saneringsdoelstelling is bereikt én als sprake is van een stabiele eindsituatie (met een restverontreiniging)
· Tot slot wordt gesproken van nazorg als de saneringsdoelstelling is bereikt, en als geen sprake is van een stabiele eindsituatie. Dit zijn situaties die zich bevinden op trede 4 of 5 van de saneringsladder (pluimgedrag 4 of 5). Er zijn met enige regelmaat actieve maatregelen nodig om te situatie te monitoren of wellicht continue maatregelen om de situatie te isoleren en te beheersen. De nazorg wordt vastgelegd in een plan, dat vervolgens moet worden beschikt.
De koppeling tussen de vormen van pluimgedrag en de termen zorg, nazorg en registratie wordt gelegd in Stap G: Registratie en Nazorg.
Zie verder Proces van kiezen, afspreken en toetsen met ROSA