Onder afname van aansprakelijkheid wordt verstaan: het verkleinen van de kans dat de indiener na afronding van de sanering civielrechtelijk door derden kan worden aangesproken voor schade als gevolg van de aanwezige (rest)verontreiniging. Het gaat om de kans op aansprakelijkheid nadat de sanering formeel is afgerond, wat betekent dat het bevoegde gezag met het saneringsresultaat heeft ingestemd door middel van goedkeuring door het evaluatierapport. Aansprakelijkheden die kunnen voortvloeien uit uitvoeringswerkzaamheden zijn hierin niet meegenomen, aangezien deze vallen binnen het aspect van faalrisico’s.
Door de instemming van het bevoegde gezag met het bereikte saneringsresultaat kan de indiener publiekrechtelijk in principe niet meer worden aangesproken op het nemen van saneringsmaatregelen. Deze ‘publiekrechtelijke afronding’ moet los worden gezien van eventuele privaatrechtelijke kostenverhaalmogelijkheden van derden vanwege achterblijvende verontreiniging.
Het belang van het aspect afname aansprakelijkheid is onder andere afhankelijk van de volgende factoren:
· Veranderingen van de soort rechthebbenden in het gebied waar de verontreiniging zich bevindt of in de toekomst zal bevinden;
· Veranderingen in gebruik in het gebied waar de verontreiniging zich bevindt of in de toekomst zal bevinden, waarbij tevens het soort gebruik een rol speelt;
· Duur van de verandering binnen het (geohydrologisch) invloedsgebied van de verontreiniging: permanent (oprichting nieuw bedrijf) of tijdelijk (bijvoorbeeld bemaling ten behoeve van bouwactiviteiten).
Bij deze factoren dient te worden opgemerkt dat de relevantie niet alleen afhangt van de kans dat uiteindelijk aansprakelijkheid blijkt, maar zeker ook wat de omvang van deze aansprakelijkheid is. Daarom ligt het voor de hand om voornoemde drie factoren in totaliteit te bekijken en een concluderende uitspraak te doen over het risico van aansprakelijkheid. Het zal in de praktijk in een concreet geval lastig zijn om uitspraken te doen over eventuele aansprakelijkheid ten opzichte van derden en de omvang hiervan.
Uitwerking
Bij de uitwerking wordt vanuit de restverontreiniging gekeken naar mogelijke aansprakelijkheden. Hierbij onderscheiden we vier situaties, te weten:
++ er is geen restverontreiniging, waardoor van een eventuele aansprakelijkheid geen sprake kan zijn
+ er is een restverontreiniging die zich nu en in de toekomst binnen de terreingrenzen bevindt en in de betreffende situatie is het (vrijwel) uitgesloten dat gebruiks-/ ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende percelen worden beperkt
+/- er is een restverontreiniging die zich nu en in de toekomst binnen de terreingrenzen bevindt, maar in de betreffende situatie is het waarschijnlijk dat gebruiks/ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende percelen desalniettemin worden beperkt
- er is een restverontreiniging en deze bevindt zich nu of in de toekomst ook op de percelen van derden
Bij de uitkomst kan ook nog de tijdsduur tot realisatie van de afname van de aansprakelijkheid worden aangegeven.
Terug naar Afwegingsaspecten in baten en lasten