Doelstellingen
In het onderdeel 'Afronding' worden de volgende aspecten beschreven:
• onderzoek na een stilstandperiode;
• stopcriteria ten aanzien van migratierisico's, milieurendement en kosten;
• eventuele vervolgsanering;
• eventuele nazorg.
Inhoud
Klik op de betreffende drijflaagverwijderingstechniek voor een uitwerking van de bovengenoemde afrondingsaspecten.
• Skimmen
• Bodemluchtextractie
• Combinatie van bodemluchtextractie en persluchtinjectie
• Meerfasenextractie
• Stoominjectie
• Wisselstroominjectie
Alvorens in te gaan op het onderdeel 'Afronding' ten aanzien van de verschillende drijflaagverwijderingstechnieken, is het goed stil te staan bij het begrip nazorg als stopcriterium. De in dit handboek aangegeven technieken gaan sec in op de verwijdering van een drijflaag. Dit impliceert dat na verwijdering van de drijflaag restverontreiniging achterblijft (restverzadiging, opgelost of gasvormig product), waarvoor een eventuele vervolgsanering of nazorg moet plaatsvinden.
Er kan dus nog steeds verspreiding van verontreiniging optreden. Belangrijkste transportmechanisme is veelal verspreiding met het grondwater van opgelost product. Door adsorptie aan organisch materiaal (retardatie) worden verontreinigingen weliswaar vertraagd, maar na desorptie kunnen die verontreinigingen met het migrerende grondwater worden verplaatst. De verhouding van de snelheid van het grondwater (Vw) en de snelheid van een verontreiniging in dat grondwater (Vv) wordt retardatiefactor R genoemd:
R = Vw / Vv
Verder geldt:
R = 1 + (r * fom * Kom) / θ waarin
r : dichtheid van het watervoerend pakket (kg/dm3)
θ : porositeit van het watervoerend pakket (m3/m3)
fom : fractie organisch stof (kg/kg bodem)
Kom : adsorptiecoëfficiënt van de verontreiniging (dm3/kg).
In tabel 12 worden numerieke waarden voor de Kom van enkele verontreinigingen, die een drijflaag kunnen vormen, gegeven.
Tabel 12 Numerieke waarden voor de Kom van enkele verontreinigingen
|
Verbinding |
Kom (dm3/kg) |
|
Aromaten: |
|
Benzeen |
26 [1] |
|
Tolueen |
78 [1] |
|
Ethylbenzeen |
135 [2] |
|
o-Xyleen |
214 [1] |
|
m-Xyleen |
480 [1] |
|
p-Xyleen |
480 [1] |
|
Styreen |
290 [4] |
|
Alifaten: |
|
Cyclopentaan |
ca. 800 [5] |
|
Cyclohexaan |
770 [3] |
|
N-Pentaan |
ca. 800 [5] |
|
N-Hexaan |
2.220 [3] |
|
N-Heptaan |
ca. 4.000 [5] |
|
N-Octaan |
42.300 [3] |
|
N-Nonaan |
ca. 32.000 [5] |
|
N-Decaan |
ca. 100.000 [5] |
1 Verschueren (1996)
2 Montgomery (1996)
3 US EPA (1989)
4 Staatcourant nr.39 (24 februari 2000)
5 RIVM, rapport 711701015 (december 1999)
Om een indruk te geven omtrent de retardatiefactor van de voornoemde verontreinigingen zijn numerieke waarden in tabel 13 gegeven (aannamen: r = 1,7 kg/dm3, fom = 0,01 en θ = 0,3).
Tabel 13. Retardatiefactor van enkele verontreinigingen
|
Verbinding |
Retardatiefactor |
|
Aromaten: |
|
Benzeen |
2,5 |
|
Tolueen |
5,4 |
|
Ethylbenzeen |
8,7 |
|
o-Xyleen |
13 |
|
m-Xyleen |
28 |
|
p-Xyleen |
28 |
|
Styreen |
17 |
|
Alifaten: |
|
Cyclopentaan |
46 |
|
Cyclohexaan |
45 |
|
N-Pentaan |
46 |
|
N-Hexaan |
130 |
|
N-Heptaan |
230 |
|
N-Octaan |
2.400 |
|
N-Nonaan |
1.800 |
|
N-Decaan |
5.700 |
Voor beantwoording van de vraag of actieve nazorg nodig is, welke techniek moet worden ingezet en gedurende welke periode, dient met bovenstaande stofeigenschappen en de hydrologie op de locatie rekening gehouden te worden.
Klik op de drijflaagverwijderingstechnieken bovenaan deze pagina voor een uitwerking van de specifieke afrondingsaspecten.
Terug naar Handboek drijflaagverwijdering
Aanvullende informatie