Het basisconcept bestaat uit de combinatie van een geothermiebron en gasgestookte hulpketels voor back-up en/of pieklast. Zie figuur.

Figuur. Geothermie en hulpketels (basisconcept)
Meestal zal er een hoge warmtevraag in de winterperiode zijn en een geringe warmtevraag gedurende de zomerperiode. Het verloop van een dergelijke warmtevraag wordt weergegeven als jaarbelastingduur-kromme. Het piekvermogen is dan slechts enkele uren per jaar nodig. Dit is de periode dat de buitentemperatuur laag is. De rest van de tijd is het gevraagde verwarmingsvermogen stukken lager. De economie van de geothermisch bron is echter gebaat bij een hoog aantal vollasturen. Daarom wordt meestal gestreefd naar dekking van een deel van de piekcapaciteit door geothermie. Bij stadsverwarming kan bij dekking van 25 tot 30% van de piekvraag toch nog 70 tot 80% van de warmtevraag geleverd worden. De rest wordt dan geleverd door gasketels. De regel is, dat de unit met het grootste vermogen moet kunnen uitvallen (ook op de koudste dag van het jaar) zonder dat dit leveringsproblemen geeft. In de praktijk staan er daarom vaak enige kleinere ketels in plaats van 1 grote unit. Voor de levering aan kassen ligt de leveringsplicht minder kritisch en wordt soms met 1 reserve/piek-ketel – vaak in combinatie met een buffervat - volstaan.

|