Op dit moment (2007) gaat het voornamelijk om de vraag of er voldoende beleidsruimte aanwezig is om een
gebiedsgerichte aanpak en daarmee gebiedsgericht beheer van
verontreinigd grondwater mogelijk te maken. Hierbij kunnen we vanuit drie invalshoeken naar de problematiek kijken. Dat zijn achtereenvolgens:
- het bodemsaneringsbeleid;
- het grondwaterbeleid;
- het ruimtelijke ordeningsbeleid.
Het bodemsaneringsbeleid
In het bodemsaneringsbeleid gaat het om gevallen van bodemverontreiniging. De verontreinigingsbron wordt daarbij als vertrekpunt genomen. Bij een gebiedsgerichte aanpak wordt ‘het geval’ echter als uitgangspunt verlaten. Het vertrekpunt is nu het grondwater in een gebied dat verontreinigd is met zowel bekende als nog onbekende grondwaterverontreinigingen. Gebiedsgericht grondwaterbeheer richt zich op het beheer van het gehele grondwatersysteem binnen het gebied met al deze verontreinigingen. De Wbb, waarin het bodemsaneringsbeleid op wetsniveau is uitgewerkt, verzet zich in principe niet tegen een gebiedsgerichte context, maar is hiertoe voor wat betreft het grondwater op dit moment onvoldoende geëquipeerd. De brief over het bodemsaneringsbeleid van januari 2008 aan de Tweede Kamer zet de deur naar nieuw beleid open.
Het grondwaterbeleid
Het grondwaterbeleid is op dit moment ook sterk in beweging. Dit wordt veroorzaakt door ontwikkelingen op Europees niveau onder andere bij het vormgeven van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de daaruit afgeleid Grondwaterrichtlijn (GWR). De GWR beoogt het grondwater te beschermen tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand met behulp van:
- drempelwaarden;
- het vaststellen en tijdig ombuigen van significante en aanhoudende stijgende trends van verontreiniging die zouden leiden tot overschrijding van de drempelwaarden;
- maatregelen om de inbreng van verontreinigende stoffen in het grondwater te voorkomen (gevaarlijke stoffen) of beperken (niet gevaarlijke verontreinigende stoffen). Daaronder moet tevens worden verstaan, het voorkomen of beperken van de verdere verspreiding als verontreiniging zich reeds in het grondwater bevindt (‘prevent & limit’ principe).
Deze doelstellingen en maatregelen worden geformuleerd per grondwaterlichaam. Nederland is voor de KRW/GWR verdeeld in circa 20 grondwaterlichamen. Alhoewel de drempelwaarden in Nederland nog niet zijn vastgesteld, wordt algemeen verwacht dat de grondwaterkwaliteit in de geïdentificeerde gebieden voor gebiedsgericht grondwaterbeheer niet aan deze waarden zal kunnen voldoen. In sommige situaties kan een bestaande grootschalige grondwaterverontreiniging de reden zijn van een ontoereikende toestand van een grondwaterlichaam of dat de goede toestand door verdergaande verspreiding bedreigd wordt. Ook zullen de andere doelstellingen van de KRW/GWR, zoals trendomkering en prevent en limit, niet (tijdig) kunnen worden gerealiseerd. Met name het ‘prevent & limit’ principe (artikel 5.5 + artikel 6 GWR) vormt een bottleneck. Binnen het ministerie van VROM wordt daarom op dit moment overwogen om voor deze gebieden een apart regime in het kader van de KRW/GWR te formuleren (vrijstelling ‘prevent & limit’). Politiek is dit aangekondigd in de Decembernota 2006 van de KRW. Hierin wordt de mogelijkheid van gebiedsgericht beheer van verontreinigd grondwater als KRW-maatregel aangegeven. De GWR biedt dus goede mogelijkheden op nationaal niveau voor gebiedsgericht beleid alsook aanknopingspunten om gebiedsgericht beheer van verontreinigd grondwater op een transparante manier te verankeren.
Het ruimtelijke ordeningsbeleid
Er bestaan diverse relaties tussen gebiedsgericht beheer van verontreinigd grondwater en ruimtelijke ontwikkeling. Ten eerste kan (het opheffen van) stagnatie bij ruimtelijke ontwikkeling aan maaiveld en/of bij het realiseren van nieuwe gebruiksfuncties van de ondergrond een aanleiding zijn voor gebiedsgericht beheer van verontreinigd grondwater. Anderzijds kan gebiedsgericht beheer ook bepaalde gebruiksvoorschriften of -beperkingen met zich meebrengen. Tenslotte kan door samenloop van beheer(s)maatregelen en gebruiksfuncties een win-win situatie ontstaan die tot forse kostenbesparingen kan leiden. Vanuit al deze invalshoeken is het dus van belang om gebiedsgericht grondwaterbeheer goed af te stemmen op de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied. Het ruimtelijke ordeningsbeleid is hierin echter niet sturend. Er is op dit moment bovendien nog weinig ervaring met het vastleggen van ondergrondse bestemmingen waarbij (tevens) sprake is van verontreinigd grondwater.
Zie verder gebiedsgerichte aanpak verontreinigd grondwater
Aanvullende informatie