Go Search
Verdergaan naar hoofdinhoud
 
  Soilpedia
Home Soilpedia
Bibliotheek
Projecten
  
Soilpedia > Wikipagina's > Bijdrage bodemenergie aan doelstellingen beleidsprogramma  

Wikipagina's: Bijdrage bodemenergie aan doelstellingen beleidsprogramma

menu

Een droomwereld van duurzame en schone energie

 

De doelstellingen van het beleidsprogramma op energiegebied zijn ambitieus. Vaak wordt gesproken van een energietransitie. Voor het richten van alle inspan­ningen om deze grote veranderingen te realiseren is een aansprekende visie vaak een belangrijke stimulans. Een visie als wenkend perspectief, een droom die geen bedrog is, maar een toekomst waar je naar uitkijkt. Hoe ziet de energiewereld in Nederland eruit in 2030? Laten we dat beeld van de toekomst eens proberen te schetsen.

 

In 2030 is duurzaamheid in de energiewereld de noodzakelijke standaard. Noodzakelijk omdat import van energie duur is, er strenge Europese richtlijnen gelden voor de uitstoot van schadelijke stoffen, maar ook omdat de primaire duurzame energieën een waarde (in het Engels: equity, assets) vertegenwoordigen die gelijk blijft of zelfs toeneemt, anders dan bij de reserves van fossiele brandstoffen, die door ongewenste neveneffecten zullen dalen. Zo worden de ondiepe warmte- en koudereserves van Nederland ieder jaar gerevalueerd door de Europese DTE (Dienst Toezicht Energiemarkt).

 

De ondergrond is daarmee een onuitputtelijke bron van vooruitgang en welvaart. Bodem- en grondwaterverontreiniging worden geïntegreerd aangepakt met de ontginning van duurzame energie uit de ondergrond, zoals warmte/koude-opslag, bodemwarmtewis­selaars, diepe geothermie en CO2-opslag. Om dit ‘duurzame velden’-beleid te verankeren, zijn wetten uitgevaardigd om het gebruik van de ondergrond zowel diep als ondiep aan concessies te binden. Dit vervangt de aanpak van masterplannen uit de vorige eeuw, die juridisch aanvechtbaar waren en onvoldoende de gemeenschappelijke belangen in de ondergrond (meervoudig ruimtegebruik) borgden. Ondergrondse ruimtelijke ordening is net zo belangrijk geworden als bovengrondse ruimtelijke ordening, met verankering in de HBO- en universitaire onderwijswereld.

 

Voortbouwend op de olie- en gasinspanningen uit de vorige eeuw is een bloeiende industrie ontstaan in het leveren van warmte en koude uit de ondergrond (met ondiepe en diepe geothermie), de distributie van restwarmte van industrie en elektriciteitscentrales, het gebruik van oppervlaktewater (grachten, meren, zeeën) voor koeling en verwarming en het opslaan van CO2 (niet alleen op land maar ook buitengaats) in de ondergrond.

 

Eigen gas speelt in 2030 in Nederland geen rol van betekenis meer. Import van gas vindt plaats door leidingen vanuit Rusland en gasterminals, waar vloeibaar gas via schepen uit landen als Qatar wordt aangevoerd. Bestaande belangen in de gasmarkt (overheid, Gasunie, olie- en gasmaatschappijen) hebben de kleingebruikersmarkt gelaten aan de duurzame energieën zoals restwarmtedistributie, warmtepompen, warmte/koude-opslag, bodemwarmtewisselaars, zon­thermische energie en omgevingswarmte. De gasinfrastructuur tezamen met de ondergrondse gasopslag in grote oude gasvelden als het Groningen gasveld fungeert als stabiele en robuuste buffer en afzetkanaal voor gas voor heel Europa. Daarbij vindt er concurrentie plaats met Russisch, Afrikaans en Arabisch gas, dat marketingtechnisch een vraagsegment aanboort met lagere eisen qua leveringszekerheid, betrouwbaarheid en prijsstabiliteit.

 

Het grootste deel van de Nederlandse steden beantwoordt aan de Europese CO2-doelstellin­gen: duurzame verwarming en koeling is de standaard en kleinschalige verbranding voor energie is niet meer toegestaan. Warmtepompen en warmtewisselaars voor restwarmte­distributie zijn in huizen standaard geworden. Gebruikers worden gestimuleerd om deze te gebruiken vanwege de comfortvoordelen (lage temperatuur verwarming en eventueel koeling), kostenvoordelen ten opzichte van vervuilende fossiele alternatieven maar ook met het Europees ingevoerd ‘clean airmiles’-systeem. Bewoners kunnen de hoeveelheid niet uitgestoten tonnen CO2 jaarlijks verzilveren. Alle in Nederland te verkrijgen producten heb­ben een prijsopslag gekregen afhankelijk van de CO2-uitstoot die de productie en transport ervan naar Nederland teweeg brengt. Dit stimuleert lokale, duurzame productie in Europa en zet producenten in landen buiten Europa aan om de CO2-uitstoot te reduceren, wil men deze producten effectief kunnen afzetten in Europa. De voedsel en land- en tuinbouw is leidend in de wereld op het gebied van het toepassen van duurzame energietechnieken. Tenslotte is voedsel ook een (zonne)energieteelt. Gesloten kassen, restwarmtedistribu­tie naar de omgeving zijn standaard geworden. Daarmee is de klimaathuishouding van steden ook structureel verbeterd: van beton- en asfaltstructuren naar groene en waterrijke structuren die economische waarde genereren, een sociale omgeving vormen voor mensen van verschillende culturen alsook meer schaduw en koelte in de warmer geworden zomers waar mensen meer tijd doorbrengen in de buitenlucht.

 

Doelstellingen van voor bodemenergie relevant energiebeleid

 

De geschatte uitstoot van broeikasgassen in 2010 komt voor bijna 13% voor rekening van het energieverbruik in de bebouwde omgeving (27 Mton van de totaal 212 Mton). In dit gebied

kan bodemenergie bijdragen aan besparing en reductie van de uitstoot van CO2. Ook kan

bodemenergie bijdragen aan energiebesparing in de landbouwsector, met name de glastuin­bouw. Beoordelen we het aandeel vanuit deze gebieden uitsluitend op basis van de uitstoot

van CO2 (exclusief de overige broeikasgassen), dan betreft dit een aandeel van 20% (36 Mton van de totaal 181 Mton). Volgens het kabinetsbeleid dient hierbij een energiebesparing te worden gerealiseerd van 2% per jaar of 22% in 2020 t.o.v. 2010. De nagestreefde reductie van CO2-uitstoot is nog groter, namelijk 30% of circa 10 Mton voor de gebouwde omgeving en

de landbouw samen.

Kijkend naar het aandeel fossiele brandstof voor energieverbruik, dan is zo’n 30 % hiervan in Nederland voor lage temperatuur warmte (< 100 °C) en koude, zie figuur 1. De belangrijkste toepassingen zijn die voor klimaatbeheersing, tapwaterbereiding en agrarische en industriële processen. Veel van deze vraag kan ingevuld worden door ondergrondse energieopslag, al dan niet in combinatie met warmtepompen. De hierbij te bereiken besparingen hebben dus betrek­king op bijna 1/3 van het fossiele brandstofgebruik voor energie.

 

Zie verder Duurzame energie uit de ondergrond