Een gezonde bodem levert ecosysteemdiensten, functionele eigenschappen van de bodem die essentieel zijn voor het huidig én toekomstig bodemgebruik. Het bodemgebruik bepaalt of de diensten benut of uitgeput worden. Het uitputten van de ecosysteemdiensten door de wijze waarop de bodem gebruikt wordt is niet duurzaam. Duurzaam bodemgebruik waarborgt de gezondheid van de bodem optimaal zodat de ecosysteemdiensten gewaarborgd blijven, ook in de toekomst. De volgende vier ecosysteemdiensten kunnen worden onderscheiden:
1. Bodemvruchtbaarheid.
Productiefunctie van de bodem voor landbouw, natuur en overige groene diensten. Deelaspecten hierbij zijn:
• het leveren en vasthouden van voedingsstoffen;
• een goede bodemstructuur;
• de natuurlijke weerstand tegen stress door ziekten en plagen.
2. Aanpassingsvermogen en weerstand tegen stress.
Het gaat hierbij om het vermogen om weerstand te bieden aan bedreigingen en het herstel binnen een redelijke termijn na een schokeffect (hetzij aangebracht door de mens hetzij door de natuur, bijvoorbeeld door overstromingen). Daarnaast gaat het ook om het vermogen om de ecosysteemdiensten ook gedurende langere tijd en op de lange termijn te kunnen blijven vervullen en het vermogen van de bodem zich aan te passen aan een ander bodemgebruik.
3. De bodem als buffer en reactievat (regulatiefunctie).
Het bodemecosysteem is een belangrijk onderdeel van onze leefomgeving. In de bodem vinden processen plaats die gekoppeld zijn aan onze gehele leefomgeving zoals lucht, oppervlaktewater, grondwater et cetera. Belangrijke processen zijn:
-
de fragmentatie van plantenresten en mineralisatie van organisch stof;
-
het zelfreinigend vermogen van de bodem, dus ook het afbreken van organische verontreinigingen en milieu eigen stoffen;
-
het immobiliseren van verontreinigingen;
-
het vermogen water vast te houden (retentie) en te transporteren. Deze dienst is van belang voor zowel plantengroei als voor de waterhuishouding op kleine en grote schaal;
-
het tijdelijk opslaan van warmte en koude, van toenemend belang voor de klimaatbeheersing in gebouwen;
-
het vermogen tot buffering en beïnvloeding van het klimaat. Bufferen van vocht en temperatuur van de lucht evenals het filteren van de lucht door gewassen en het vastleggen van zogenaamde broeikasgassen vallen hieronder.
4. Habitatfunctie. 
Het beschermen van structurele (soorten), genetische (families) en functionele (processen) biodiversiteit is geen ecologische dienst in de strikte zin van het woord. Er is immers geen directe koppeling aan het bodemgebruik, hoewel de biodiversiteit wel van belang is bij alle soorten van bodemgebruik. De bodem herbergt nog veel onbekende eigenschappen en onbekende en onbenoemde ecosysteemdiensten. Ook is de bodem een bron van biologisch en genetisch materiaal. Biodiversiteit is van belang omdat aangenomen wordt dat er een positief verband is tussen de biodiversiteit en de gezondheid van de bodem. Biodiversiteit speelt een rol in de manier waarop ecosystemen functioneren en de diensten die de bodem kan leveren. Verlies aan biodiversiteit kan betekenen dat de bodem minder weerbaar wordt tegen ziekten en plagen (bijvoorbeeld door verlies van natuurlijke vijanden) of kwetsbaarder wordt voor andere vormen van stress.
Ecosysteemdiensten van de bodem kunnen verstoord worden door de aanwezigheid van invloeden van buitenaf. De effecten van verstoringen kunnen zowel reversibel als irreversibel zijn. De bodem kan zich herstellen van reversibele (of omkeerbare) effecten. Als sprake is van irreversibele (of onomkeerbare) effecten kan de bodem zich niet meer herstellen tot zijn oorspronkelijke staat. In principe kan stress worden onderverdeeld in 3 typen:
-
Fysieke stress: bijvoorbeeld door het frequent betreden van een locatie treedt verdichting van de bodem op, door temperatuursverandering treden verschuivingen in biodiversiteit op (denk aan opmars van zuidelijke plantensoorten en de afname van noordelijke soorten in Nederland).
-
Chemische stress: de aanwezigheid van verontreinigingen (maar ook verzuring en vermesting) kan invloed hebben op bodemorganismen waardoor die hun functie niet meer kunnen uitvoeren.
-
Biologische stress: de invoer van uitheemse soorten heeft invloed op het oorspronkelijk ecosysteem omdat deze soorten (nog) geen natuurlijke vijanden hebben en omdat ze concurreren met inheemse of al aanwezige soorten om voedsel en ruimte.
Zie verder vaststellen van stress door bodemverontreinigingen
Aanvullende informatie