Bodemverontreiniging
Door het grootschalig ophogen met allerlei reststoffen, als stadsafval, toemaak en/of bagger, koolassen en slakken, bouw/sloopafval en oorlogspuin, is op bedrijventerreinen en in bijna alle vooroorlogse stedelijke gebieden sprake van diffuse bodemverontreiniging met vooral barium, koper, lood, zink en PAK.
Zie verder bodemstress door bodemverontreinigingen
Bodemverdichting
Net als in landbouwgebieden, komt ook in het stedelijke gebied bodemverdichting veel voor. Het gebruik van zware machines tijdens de realisatie van gebouwen, het gebruik van trilmachines en/of zwaar transport zijn de belangrijkste oorzaken.
Onder wegen is verdichting veelal gewenst en met trilmachines bewerkstelligd, zodat voldoende bodemstabiliteit wordt verkregen, al worden hiermee ook de groeimogelijkheden voor straatbomen beperkt. In tuinen is dit echter ongewenst om dezelfde redenen als in landbouwgebieden: verslechtering van de waterhuishouding en de groeimogelijkheden van (sier)planten, en navenante aantasting van het bodemecosysteem.
Eilandwerking
In hoeverre een bodemecosysteem stabiel is of niet, wordt niet alleen bepaald door stressfactoren maar ook door de grootte van het gebied waarin het ecosysteem aanwezig is. Ook de uitwisselingsmogelijkheden met naburige ecosystemen zijn hierbij van belang. Dit geldt niet alleen voor grote natuurgebieden maar ook voor bodemecosystemen die al goed ontwikkeld kunnen zijn over geringe oppervlakten (bijvoorbeeld groep van tuinen binnen een woonblok) zijn deze factoren van belang. Het gaat dan niet alleen om grotere (zichtbare) organismen als mollen en planten maar ook om de kleinere (voor het oog onzichtbare) bodemorganismen zoals bacteriën.
Op basis van studies van ecosystemen op geïsoleerd liggende eilanden, is de zogenaamde “eilandtheorie” ontwikkeld.
Hieruit bleek dat kleine ecosystemen, die geen of weinig uitwisselingsmogelijkheden hebben met andere ecosystemen, zich minder goed/divers ontwikkelen en veel kwetsbaarder zijn voor het uitsterven van essentiële soortgroepen. Het is waarschijnlijk dat deze theorie ook opgaat voor bodemecosystemen in sterk versnipperde groengebieden, zoals de stad (zie figuur 3.2.). In naoorlogse woonwijken is weliswaar veel groen aanwezig, maar dit groen is onderverdeeld in vele kleine terreintjes, van elkaar gescheiden door gebouwen, wegen en andere verhardingen waardoor in principe veel kleine eilandjes gevormd worden waarin de afzonderlijke bodemecosystemen relatief kwetsbaar zijn en arm in biodiversiteit. De trend achtertuinen steeds verdergaand te bestraten heeft eveneens invloed op de biodiversiteit in het bodemecosysteem. Hierdoor worden de stedelijke eilandjes steeds kleiner. Uit onderzoek in het stedelijke gebied van Rotterdam en in andere Rijnmond gemeenten blijkt dat de bodembiodiversiteit in tuinen lager is dan in grote stadsparken, recreatie- en natuurgebieden. Ook in andere grote steden (Groningen) heeft men deze ervaring. In dorpen met veel grote tuinen, en aansluitend op landbouwgronden speelt de eilandwerking niet of in veel mindere mate.

Zie verder Bodemstress door landbouw of Bodemstress door bodemverontreinigingen
Aanvullende informatie