De haalbaarheid van een geothermieproject wordt in grote mate bepaald door het maximaal haalbare thermisch vermogen. Het thermisch vermogen van een geothermieproject is afhankelijk van het debiet (Q) dat aan het gesteente onttrokken kan worden, de temperatuur van het debiet dat bovengronds beschikbaar komt (Tproducer) en de retourtemperatuur waarmee vervolgens het debiet weer in de grond wordt geïnjecteerd (Tinjector).
In formule: de capaciteit Wth = Q (m3/hr) x ρ (dichtheid water) x cv (warmte-inhoud water) x (Tproducer-Tinjector).
Op de temperatuur van productie c.q. injectie wordt elders ingegaan. De factoren ρ en cv zijn fysische eigenschappen van het formatiewater bij de heersende samenstelling, temperatuur en druk en deze zijn met redelijke nauwkeurigheid in te schatten. Het debiet wordt doorgaans uitgedrukt in het volume (in m³) dat per uur kan worden onttrokken aan het reservoir. Het debiet is een functie van onder meer de pompdruk en de transmissiviteit (doorlatendheid van het reservoir uitgedrukt in Dm = Darcymeter). De transmissiviteit is te berekenen als de vermenigvuldiging van de dikte (in meters) en de permeabiliteit (in Darcy’s) van de formatie. Op grond van seismische informatie en gegevens van naburige bronnen kunnen hiervan schattingen gemaakt worden, maar deze zullen altijd met enige onzekerheid omgeven zijn. Meestal wordt een grafiek gemaakt waaruit de kans op het te realiseren thermische vermogen wordt uitgezet tegen de waarschijnlijkheid (P of Probability). De P90 waarde van de capaciteit is dan de capaciteit, die met 90% waarschijnlijkheid gerealiseerd gaat worden. De werkelijke waarde zal dus – achteraf - bijna altijd hoger liggen.
