
Minerale olie is een van de meest voorkomende stoffen die lokale verontreinigingen van grond en grondwater kunnen veroorzaken. Olie is een mengsel van meer dan 1.000 verschillende stoffen, hoofdzakelijk koolwaterstofverbindingen. Deze grote verscheidenheid wordt veroorzaakt door de verschillende typen ruwe aardolie die op de wereld voorkomen en door de verschillende raffinage processen. Een olieverontreiniging in de bodem wordt meestal gekarakteriseerd aan de hand van het totaalgehalte aan minerale olie (koolstoffractie C10 - C40), eventueel aangevuld met het gehalte BTEX en PAK (waaronder koolstoffracties <C10) . De complexiteit van olie heeft gevolgen voor het vooronderzoek, het vaststellen van risico's, de saneringsdoelstelling en wijze van sanering.
Gedrag en verspreiding van olie
Inzicht in het gedrag en de verspreiding van olie in de bodem is essentieel voor de wijze van onderzoek tot en met sanering. Het bepalen van het gedrag van olie gebeurt aan de hand van een conceptueel model. Dit conceptueel model is de basis van het bodem- saneringsproces. Daarbij komen vragen aan de orde als hoe olie in de bodem zit; als 'puur product’, drijflaag, bron of pluim.
Drijflaagverwijdering
Het gedrag van olie in de bron is anders dan in de pluim en dat is van wezenlijke betekenis voor de wijze van sanering. Indien op de locatie het vermoeden bestaat dat een drijflaag aanwezig is dient de onderzoeksmethode en de verwijderingstechniek hierop aangepast te worden.
Risico's van olie
De risico’s van olie in de bodem zijn divers en variëren van blootstellingsrisico’s, risico’s voor aantasting van materialen tot en met brand- en explosiegevaar. Blootstellingsrisico's hebben met name betrekking op de mens en het ecosysteem en kunnen bepaald worden met de fractiebenadering. Risico’s door aantasting hebben betrekking op materialen zoals drinkwater- en gasleidingen, riolering, kabels, etc.
Bodemonderzoek naar olie
Voor aanvang van de feitelijke sanering is onderzoek nodig naar aard, omvang en karakterisatie van de verontreiniging. Conventionele onderzoeksmethoden zijn een historisch onderzoek en conventioneel onderzoek. De conventionele technieken voor vervolgonderzoek zijn laboratorium analyses, PID meting en ROST/MIP. Nieuwe technieken zijn de Diffusie/Sorbisamples en geofysische technieken. De onderzoeksresultaten zijn bepalend voor de keuze van de onderzoeksstrategie en voor de uiteindelijk in te zetten saneringstechniek.
Saneringstechnieken
Olieverontreinigingen kunnen met een groot scala aan (in-situ) saneringstechnieken worden gesaneerd. Globaal zijn er vier basismethoden te onderscheiden: ontgraving, fysische of extractieve technieken, biologische technieken en chemische technieken. Om deze saneringsmethoden uit te voeren zijn een aantal individuele saneringstechnieken beschikbaar zoals grondwater onttrekking, meerfasen extractie, gestimuleerde aërobe afbraak, chemische oxidatie, etc.
financiële aspecten van een olie sanering
De saneringskosten van een olieverontreiniging zijn sterk afhankelijk van de locale situatie zoals de bereikbaarheid, aanwezigheid van puur product en de omvang. Over het algemeen vormt de bronsanering het meest kostbare onderdeel van een oliesanering. De initiële kosten, hier wordt bedoeld de aanleg- en opstartkosten, vormen vaak een substantiële kostenpost. Daarnaast bestaat er meestal een duidelijke relatie tussen kosten en verwijderingsrendement.
Referenties
Achtergrondinformatie en informatiebronnen