Go Search
Verdergaan naar hoofdinhoud
 
  Soilpedia
Home Soilpedia
Bibliotheek
Projecten
  
Soilpedia > Wikipagina's > Toekomst van bodemecologisch onderzoek  

Toekomst van bodemecologisch onderzoek

menu

Het belang van bodemecologisch onderzoek

In de komende jaren zullen er steeds meer bodemecologisch onderzoeken (Triade) worden uitgevoerd, om een aantal redenen:

  • Sinds 2006 heeft onderzoek volgens de Triade systematiek beleidsmatig een plek gekregen in de Circulaire bodemsanering.
  • In stap 2 van de risicobeoordeling blijken teveel locaties/gevallen ecologisch spoedeisend te zijn, vooral sinds de integrale beoordeling op basis van “toxische druk” in plaats van per individuele stofnorm, zodat stap 3 al snel moet worden uitgevoerd als ecologie relevant wordt geacht.
  • De druk om meer bodemecologisch onderzoek te doen, wordt verder vergroot door de beleidsdoelstelling voor 2015 alle ecologisch spoedeisende locaties in beeld te hebben en door aanvullende zorgvuldigheidseisen van de Raad van State in het kader van bezwarenprocedures tegen beschikkingen in het kader van de Wet bodembescherming op (ecologisch) spoedeisendheid.

Als gevolg van al dit onderzoek neemt ook de kennis over het bodemecosysteem toe, niet alleen in natuur/recreatie- en landbouwgebieden, maar ook in het stedelijke gebied. Hierdoor kan de ecologische normstelling in de komende jaren verder worden verfijnd.

 

Met het effect van zuurgraad en beschikbaarheid is in de normstelling tot nu toe nog nauwelijks rekening gehouden. Het gevolg is dat de ecologische bodemnormen redelijk accuraat de effecten weergeven in arme zure bodems, zoals deze in bijvoorbeeld de Kempen worden aangetroffen, maar de effecten in jonge voedselrijke bodems sterk overschat. Het gaat dan bijvoorbeeld om stedelijke ophooglagen, de regelmatig bemeste en bekalkte landbouwgronden, en de veenrijke toemaakdekken. In deze bodems is de beschikbaarheid veelal laag en de pH licht zuur tot basisch (6 à 8). Ecologische effecten van bodemverontreiniging zijn in dit soort bodems nauwelijks waarneembaar.

 

Nieuwe ontwikkelingen

 

Met de toename van het ecologisch onderzoek in Nederland, neemt ook het belang van monitoring van de ecologie toe. Daarbij is niet alleen de bodemecologie op zichzelf belangrijk maar ook andere componenten in de bodem, zoals de verontreiniging maar ook de bodemstructuur en het bodemgebruik. In de hiernaast weergegeven tabel is een voorzet gemaakt voor hoe een dergelijke monitoring eruit zou kunnen zien en wat de belangrijkste parameters zijn.

 

Voor veel van de in de tabel genoemde monitoringsparameters zijn of worden al instrumenten ontwikkeld. Zo is op basis van alle bodem-ecologische onderzoeksprojecten in Nederland verricht tot 1987 de Bodembiologische Indicator ontwikkeld. Voor standaardsituaties, gekoppeld aan verschillende vormen van bodemgebruik (akkerbouw, melkveehouderij, half natuurlijk grasland, heide, gemengd bos, stadspark) en diverse grondsoorten (zand, löss, klei, veen), zijn er bodembiologische referenties ontwikkeld voor alle belangrijke soortgroepen in het bodemecosysteem, waarbij is gekeken naar activiteit, aantallen soorten, dichtheden, biodiversiteit, zuurgraad van de bodem, humus- en lutumgehalte, en beschikbaar fosfaat. Door het meetresultaat van een locatie te vergelijken met de het meest hierop lijkende referentie-situatie, kan worden beoordeeld of er sprake is van een (negatief) effect op het bodemecosysteem als gevolg van stressfactoren als bodemverontreiniging, vergraving, ophoging, verdichting, etc.

Ook komen er nieuwe technieken beschikbaar waarmee inzicht wordt verkregen in de bodemecologie enerzijds en de verstoring daarvan anderzijds zoals biochips, waarmee de functionele eigenschappen van bacteriepopulaties in de bodem snel en tegen relatief geringe kosten in kaart kunnen worden gebracht. Juist van deze belangrijke soortgroep in de bodem is nog relatief weinig bekend. Op termijn kunnen daarmee ook biologische referenties voor bacteriepopulaties in schone en verontreinigde bodems worden ontwikkeld.

Daarnaast moeten ook de biologische referenties voor bodemdieren en nematoden verder worden verfijnd, onderbouwd en uitgewerkt. Vooral voor het stedelijke gebied zijn nog relatief weinig data beschikbaar en is de kennis nog beperkt.

Het uitvoeren van bodemecologisch onderzoek leidt daarmee niet alleen tot maatschappelijke baten op het niveau van een locatie of geval (meer precieze bepaling ecologische risico’s), maar ook tot kennisontwikkeling over bodemecosystemen in zijn algemeenheid. Het toepassen van landelijk genormeerde methodes als de Triade, bioassays en in de toekomst mogelijk ook biochips, zorgt ervoor dat resultaten worden verkregen, die onderling goed te vergelijken zijn.

 

Benutten versus beschermen

 

Nederland is een dichtbevolkt land. Dit geeft veel druk op het ruimtegebruik. Niet alleen bovengronds maar ook ondergronds. In de inleiding tot de bodemecologie zijn de verschillende vormen van bodemgebruik, de bodemfuncties en de ecosysteemdiensten van de bodem al beschreven. Uit deze wiki over bodemecologie is wel gebleken dat de bodem belangrijk is voor ons en dat we hier dus zuinig op moeten zijn. We moeten bewust met de bodem omgaan. Er zijn verschillende voorbeelden bekend van bewust bodemgebruik. Denk bijvoorbeeld aan milieuvriendelijke akkerranden. In plaats van bestrijdingsmiddelen wordt gebruik gemaakt van de lieveheersbeestjes, sluipwespen en andere insecten die voorkomen in de akkerranden voor het bestrijden van bladluis op de akkers.

 

De bodem biedt een schier onuitputtelijke bron van mogelijkheden voor de samenleving. De bodem kan bijdragen aan het verminderen van de klimaatproblemen, het inrichten van onze steden en het landelijk gebied. Bovendien kan de bodem ons veel vertellen over de ontstaansgeschiedenis van zowel ons landschap als onze cultuur. Maar vergeet ook niet dat in de bodem een onbetaalbare schat aan bodemleven aanwezig is. Zo komen verschillende uitvindingen uit de bodem, bijvoorbeeld antibiotica, geur en smaakstoffen, hulpstoffen voor wasmiddelen en papierindustrie en ga zo maar door.

 

De bodem biedt voor ons mensen dus veel kansen. Maar de bodem moeten we ook beschermen. Hoe gaan we om met dit dilemma van benutten enerzijds en beschermen anderzijds? Vooralsnog is het een uitdaging om benutten en beschermen samen te laten gaan. Wij als gebruikers van de bodem hebben de plicht de bodem te beschermen maar deze bescherming mag niet remmend werken op het benutten van de kansen. Een pasklare oplossing is er niet. Belangrijk is dat we bij het gebruiken van de bodem er ons bewust van zijn hoe belangrijk de bodem is en dat we ons te allen tijden moeten blijven afvragen of we bewust omgaan met de bodem. Denk hierbij in kansen, niet in belemmeringen.

 

Referenties en aanvullende informatie

Bron
 
Laatst gewijzigd op 3-11-2010 10:41  door Adri Nipshagen, Erik de Vries