Algemeen
In de wikipagina 'Gestrest bodemleven' is aangegeven dat het bodemleven beïnvloed kan worden door effecten van buitenaf. In deze wikipagina wordt ingegaan op het meten van die stress, specifiek veroorzaakt door verontreiniging. Eerst wordt ingegaan op parameters die gemeten zouden kunnen worden om vast te stellen of een bepaalde bodem geschikt is voor de gewenste ecosysteemdienst. Daarna wordt de Triade benadering besproken als instrument voor het vaststellen van stress ten gevolge van bodemverontreiniging.
Ecosysteemdiensten
Om vast te stellen of een bodem geschikt is voor een bepaalde functie of voor het vervullen van een bepaalde dienst kan bodemonderzoek worden uitgevoerd. Dit bodemonderzoek bestaat bij voorkeur uit een combinatie van bodemchemisch en -fysisch onderzoek en bodem-ecologisch onderzoek. In de onderstaande tabel staat vermeld welke parameters het meest indicatief zijn. Met andere woorden als men inzicht heeft in die parameters kan worden ingeschat of de bodem geschikt is voor het gewenste bodemgebruik. In deze tabel zijn alleen daadwerkelijke metingen en analyses opgenomen. Het merendeel van de metingen is opgenomen in BoBi, de Bodembiologische Indicator, verzameld en uiteindelijk geïntegreerd door RIVM en Alterra. Daardoor kunnen metingen van een bepaalde locatie worden vergeleken met metingen op referentielocaties met hetzelfde bodemgebruik en bodemtype. Door de vergelijking wordt duidelijk of op de getoetste locatie sprake is van een “gezonde” bodem die de ecosysteemdiensten naar behoren uit kan voeren. Voor een uitgebreider overzicht van de koppeling van de ecosysteemdiensten en de bijbehorende meest indicatieve bodemparameters wordt verwezen naar het RIVM rapport.
Tabel met parameters bruikbaar voor bodemonderzoek, voor een uitvergroting klik op de tabel.

Zie verder Ecosysteemdiensten
Effecten van bodemverontreiniging op het bodemleven
Bodemverontreiniging kan leiden tot ongewenste ecologische effecten en risico’s voor plant en dier. Voorbeelden waar dit speelt zijn voormalige vloeivelden, stortplaatsen zonder bovenafdichting, schietterreinen, uiterwaarden, voormalige industrieterreinen, braakliggende terreinen en parken en woningen met tuinen die zijn aangelegd op een verontreinigde ophooglaag. De terreinen hebben met elkaar gemeen dat er geen bovenafdichting in de vorm van bestrating of bebouwing aanwezig is. Veel voorkomende bodemverontreinigingen in de bovengrond zijn zware metalen, PAK, PCB en bestrijdingsmiddelen als drins en DDT. Meestal is sprake van een cocktail aan verontreinigingen.
Om vast te stellen of er op een dergelijke locatie sprake is van “onaanvaardbare” ecologische risico’s wordt in stap 2 van het Saneringscriterium een (conservatieve en generieke) standaardbeoordeling uitgevoerd op basis van de totaal gehalten zoals die zijn vastgesteld in het oriënterend of nader bodemonderzoek en de bodemfunctie. Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem als bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie:
De aanwezigheid van modelmatig bepaalde ecologische risico’s wil echter niet altijd zeggen dat er op een locatie ook daadwerkelijk sprake is van ecologische risico’s. De risico’s kunnen lager zijn doordat verontreiniging is afgebroken of doordat deze niet beschikbaar is.
Als het vermoeden bestaat dat de ecologische risico’s worden overschat of als er een complexe afweging gemaakt moet worden tussen het beschermen van natuurwaarden enerzijds en het uitvoeren van een bodemsanering anderzijds dan is het zinvol om vast te stellen wat de locatiespecifieke risico’s zijn.
Voor de uitvoering van stap 3 van het Saneringscriterium mag bij het bepalen en beoordelen van de ecologische risico’s volgens de Circulaire Bodemsanering de Triade benadering worden toegepast. De Triade benadering is oorspronkelijk ontwikkeld voor de beoordeling van ecologische risico’s in de waterbodem. De Triade benadering voor landbodems is sinds zo’n 10 jaar binnen diverse kaders in ontwikkeling, o.a. in NOBIS verband, binnen het Programma Geïntegreerd BodemOnderzoek en bij het RIVM. De Triade is een methode waarmee de ecologische effecten en risico’s van een bodemverontreiniging worden gemeten en beoordeeld. De methode (figuur 4.1) combineert resultaten van chemische analyses, bioassays en ecologische veldinventarisaties.
Er wordt gewerkt aan een NEN procesnorm voor het uitvoeren van ecologische risicobeoordeling van bodemverontreiniging (NEN 5737:2009. Bodem-landbodem proces van locatiespecifieke ecologische risico-beoordeling van bodemverontreiniging (concept)). In deze norm wordt ingegaan op de wijze waarop het proces rond de uitvoering van het onderzoek moet worden vormgegeven. Een voorwaarde voor een goed Triade onderzoek is het vroegtijdig betrekken van de actoren zodat draagvlak wordt verkregen voor zowel de aanpak als de beoordeling en het uiteindelijke besluit voor de locatie (wijze van saneren of beheren). Dit laatste maakt overigens geen onderdeel uit van de Triade methodiek.
Zie verder triade
Referenties en aanvullende informatie