In het kader van het ontwikkelen van beleidsdoelen of afwegingen in het kader van investeringen of varianten voor gebiedsontwikkeling is het vaak wenselijk om ecosysteemdiensten te prioriteren, en om in dat kader een waarde toe te kennen aan ecosysteemdiensten.
Waardering van ecosysteemdiensten kan op verschillende manieren plaatsvinden:
· Door belanghebbenden ecosysteemdiensten verschillende relatieve betekenis toe te kennen (b.v. aan de hand van een vragenlijst waarin op een schaal het belang van verschillende diensten wordt aangegeven).
· Door de bijdrage van ecosysteemdiensten aan maatschappelijke opgaven te kwantificeren.
· Door een monetaire waarde toe te kennen (economische waardering).
Voor informatie over het kwantificeren van ecosysteemdiensten zie Kwantificeren van ecosysteemdiensten
Er zijn een aantal aandachtspunten bij het waarderen van ecosysteemdiensten. Zo bestaat er het risico dat ecosysteemdiensten waarvoor meer informatie beschikbaar is, die beter te kwantificeren zijn of waarvan de waarde in geld uitgedrukt wordt, onterecht hoger worden gewaardeerd dan die waarvoor dit moeilijker is (Rutgers et al., 2010). De waarde van ecosysteemdiensten is afhankelijk van de context waarin de waarde bepaald is (waar, wanneer, door wie). Zo werden diensten die gerelateerd zijn aan klimaatregulatie na het uitkomen van de documentaire ‘An inconvenient truth’ door stakeholders beduidend hoger gewaardeerd (Rutgers et al. 2007, Smeding et al., 2008). Daarnaast spelen bij het waarderen van ecosysteemdiensten de ruimtelijke, temporele en sociale schaal waarop gekeken een belangrijke rol. De leveranciers of bronnen van ecosysteemdiensten en de gebruikers moeten dan op verschillende schalen, bijvoorbeeld lokaal en globaal (Daily, 2000) bekeken worden.
CML heeft in een studie naar de benutting van Ecosysteemdiensten (Tamis et al., 2008) al antwoord gezocht op de vraag “Hoe ecosysteemdiensten te meten?”. In die studie werd gesteld dat het noodzakelijk is dat ecosysteemdiensten kunnen worden gemeten, maar dat er (op dat moment) nog geen algemeen geaccepteerde methode beschikbaar was. Er is gewerkt met een eenvoudige methode voor met een combinatie van structuur- en gebruiksindicatoren voor ecosysteemdiensten, waarvoor de kennis is geleverd door de geraadpleegde deskundigen. Voor meer kwantitatieve uitspraken over de meerwaarde van ecosysteemdiensten dient de methodologie verder te worden ontwikkeld. Het is van belang hierbij transdisciplinair gebruik te maken van al aanwezige kennis in vergelijkbaar onderzoek, zoals bijv. het multifunctioneel ruimtegebruik bij “groen-blauwe” diensten. Het is verder van belang dat een lijst met voorbeelden voor stapeling en indirecte baten verder wordt uitgebreid. Vooral de indirecte baten van ecosysteemdiensten vormen een belangrijke motivatie voor de actoren en voor het milieubeleid.
Economische waardering
Economische waardering valt buiten het traditionele domein van bodemkundig (natuurwetenschappelijk) onderzoekers en wordt (mede) om die reden gezien als een moeilijke stap. Toch zijn er al enkele voorbeelden van economische uitwerkingen, waar gebruik van kan worden gemaakt. Hieronder volgen enkele aandachtspunten. Dit overzicht is niet volledig. Waardering is, net als kwantificering, vooral maatwerk. Het is goed om enkele bestaande instrumenten te kennen en toe te kunnen passen.
Argumenten voor en tegen economische waardering
Redenen om de waarde van ecosysteemdiensten in geld uit te drukken zijn:
-
Het creëren van bewustwording van het belang van ecosysteemdiensten voor het welzijn van de mens;
-
Het verkrijgen van draagvlak of financiële steun voor maatregelen in het kader van beheer van het natuurlijke systeem.
-
Besluitvorming wordt vaak gebaseerd op kosten en (economische) baten, door de waarde van ecosysteemdiensten in geld uit te drukken is het gemakkelijker om ze mee te laten wegen in de besluitvorming. De waarde van ecosysteemdiensten kan bijvoorbeeld worden bepaald in het kader van een maatschappelijke kosten-baten analyse.
-
Het ontwikkelen van betalingsschema’s voor gebruik van of bescherming/beheer van ecosysteemdiensten.
Kritiek op het economisch waarderen van ecosysteemdiensten is vaak dat het voorbij gaat aan de intrinsiek waarde van natuur en dat het niet mogelijk is om voldoende nauwkeurige cijfers te produceren. Melman et al. (2010) beschrijven de reden dat monetaire waardering in de praktijk vaak niet wordt toegepast als volgt: “Er zitten forse haken en ogen aan het in geld uitdrukken van de baten van natuur:
-
monetaire waardering is een arbitraire aangelegenheid, wanneer het wordt toegepast als maatstaf om preferenties voor niet-markt goederen in uit te drukken (Stolwijk, 2004);
-
antwoorden op vragen over gefingeerde situaties – zoals in de methode van gevraagde voorkeuren aan de orde is – zijn structureel en significant anders dan antwoorden op vragen in een echte marktsituatie (Bulte & De Zeeuw, 2002);
-
de huidige waarderingsmethoden zijn slechts geschikt om bij kleine (systeem)veranderingen verschillen te bepalen. Bij omvangrijke wijzigingen veranderen ook schaarsteverhoudingen en daarmee de waarderingsbasis van de ecosysteemdiensten;
-
ecosystemen zijn complex. Het is moeilijk een compleet overzicht te genereren van alle diensten die een ecosysteem levert en van de plekken waar die diensten worden geleverd. Processen zijn moeilijk voorspelbaar en vertonen niet-lineair gedrag. Door de waarde van ecosysteemdiensten in één dimensie (geld) uit te drukken, gaat de relatie met deze complexiteit verloren. Wordt de werking van het ecosysteem niet goed doorzien, dan kan monetarisering leiden tot schijn nauwkeurigheid.”
Economische waarderingstechnieken
Er bestaan diverse directe of indirecte of indirecte waarderingsmethodes (Van Duinen, 2009).
-
Directe methoden
-
Contingent Valuation Method (CVM) (enquêtes naar betalingsbereidheid): een representatieve steekproef van de bevolking wordt gevraagd hoeveel men bereid is te betalen voor behoud van een ecosysteemdienst. Hoewel de CVM theoretisch gezien de ideale waarderingsmethode is, zijn er een aantal potentiële bronnen van fouten. De CVM is vooral in de VS een van de meest gebruikte methoden.
-
Choice Experiments (CE): lijkt op de CVM, maar bij een keuze onderzoek wordt de respondent gevraagd te kiezen tussen een aantal alternatieven met verschillende hoeveelheden of kwaliteiten van de onderzochte ecosysteemdienst, gecombineerd met verschillende prijzen. Uit de antwoorden is met behulp van statistiek af te leiden wat de betalingsbereidheid is. Deze methode heeft ook de meeste voor- en nadelen van de CVM.
-
Indirecte methoden:
-
Marktprijsmethode: hierbij wordt de prijs van ecosysteemdiensten die op een markt verhandeld worden gebruikt als maat voor de maatschappelijke waarde van de dienst. Een voorbeeld is toegangskaartjes voor recreatie in een bepaald natuurgebied. Uiteraard worden niet-gebruikswaarden niet gemeten, omdat de betalingsbereidheid van mensen die geen kaartje kopen onbekend blijft. Voor de meeste ecosysteemdiensten is geen markt, en dan is deze methode dus uitgesloten.
-
Afwendingsgedrag methode: deze methode probeert de ecosysteemdienst in kwestie te waarderen door te kijken naar hoeveel mensen betalen om een bepaald milieuprobleem te vermijden of af te wenden. Een voorbeeld is uitgaven voor drinkwaterfilters: men vindt schoon water kennelijk tenminste waard wat men daarvoor uitgeeft.
-
Reiskostenmethode: om een natuurgebied te waarden (althans de ecosysteemdiensten recreatie en natuurbeleving) kan men de uitgaven voor reiskosten en geïnvesteerde tijd voor bezoek aan het natuurgebied als benadering nemen.
-
Hedonistische prijzenmethode (HPM) (‘hedonic pricing’)?: de hedonistische prijzenmethode gaat uit van de veronderstelling dat natuur- en/of milieukwaliteit een van de factoren is die de waarde van een marktgoed bepalen. Door op verschillende locaties te kijken naar de natuurkwaliteit en de prijzen van het marktgoed, kan de betalingsbereidheid voor natuurkwaliteit worden afgeleid. Meestal wordt bij deze methode gebruik gemaakt van de prijzen van huizen, soms van de hoogte van lonen. Zo kunnen huizen in de omgeving van een natuurgebied een andere prijs hebben dan vergelijkbare huizen zonder de nabijheid van een natuurgebied. Het verschil in prijs is een natuurbaat. Om milieurisico's op de werkvloer te waarderen wordt gekeken naar het verschil in lonen, waarbij wordt verondersteld dat banen waarbij werknemers een hoger (milieu-)risico lopen, hogere lonen krijgen. De methode kan geen andere ecosysteemfuncties, zoals regulatie- en productiefuncties, waarderen.
Het initiatief The Economics of Ecosystems and Biodiversity (TEEB, 2008, 2010) demonstreert het belang van ecosystemen en biodiversiteit voor de welvaart en de schade die deze oploopt als reeds ontstane schade aan het natuurlijke system niet wordt hersteld. De waarde van de ecosysteemdiensten kan onder andere in het kader van een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) worden bepaald. Hier is in het kader van grootschalige infrastructurele werken onderzoek naar gedaan (Ruijgrok et al., 2004).
Zie verder Praktische ervaringen met ecosysteemdiensten
Referenties ecosysteemdiensten